ACEA vraagt om een ambitieuzere Digital Omnibus
Constructeurs willen verdere vereenvoudiging van EU-digitalisering
De Europese autoconstructeursvereniging ACEA heeft in twee position papers haar standpunt toegelicht over het voorgestelde Digital Omnibus-pakket van de Europese Commissie. De organisatie verwelkomt de intentie om de EU-digitale regelgeving te vereenvoudigen, maar stelt dat het huidige voorstel onvoldoende ver gaat. Volgens ACEA zijn bijkomende structurele aanpassingen nodig om juridische onzekerheid, administratieve lasten en overlapping tussen wetgevingsinstrumenten te verminderen.

Automotive als digitale kernsector
ACEA benadrukt dat voertuigconstructeurs intussen volwaardige spelers zijn in de digitale economie. Moderne voertuigen functioneren als platformen voor connectiviteit, data-uitwisseling, software-updates en artificiële intelligentie. Daarmee bevindt de automotivesector zich volgens de vereniging in de voorhoede van de Europese digitale transformatie.
Tegelijk moeten constructeurs voldoen aan een complex en gefragmenteerd regelgevend kader, bestaande uit onder meer de Data Act, GDPR, ePrivacy-richtlijn, NIS 2, Cyber Resilience Act, DORA en de AI Act. Volgens ACEA leidt deze gelaagdheid tot overlappende verplichtingen en uiteenlopende nationale implementaties, wat innovatiecapaciteit en concurrentievermogen onder druk zet.
Data acquis: juridische helderheid gevraagd
Binnen het luik “Data acquis” vraagt ACEA onder meer:
- het verwerpen van de voorgestelde wijziging van de definitie van “data holder” omdat die volgens de vereniging juridische onzekerheid creëert;
- een aangepaste definitie van “machine-readable data” die ook machine-to-machine-communicatie, zoals via voertuiginterfaces (bv. CAN-bus via OBD), expliciet omvat;
- het schrappen van ex-ante meldingsverplichtingen onder de Data Act om administratieve lasten te verlagen;
- harmonisatie van sanctiemechanismen, zodat ook data-intermediairs aan financiële sancties kunnen worden onderworpen;
- het afstemmen van internationale datatransfers onder de Data Act op de bestaande GDPR-mechanismen om duplicatie te voorkomen.
Daarnaast vraagt ACEA de intrekking van artikel 20a(3) van de Renewable Energy Directive (RED III), dat specifieke verplichtingen inzake EV-batterijdata oplegt. Volgens de vereniging overlapt dit met bestaande Europese regelgeving zoals de EU Battery Regulation, Euro 7 en de Data Act.
ACEA vraagt meer harmonisatie, minder overlap en proportionele AI-regels
Gegevensbescherming en proportionaliteit
In relatie tot de GDPR en privacy, steunt ACEA gerichte aanpassingen, maar bepleit de vereniging een betere balans tussen gegevensbescherming en innovatie.
Daarom vraagt ACEA dat de verdere verwerking van gegevens voor wetenschappelijk onderzoek ook innovatiegerichte activiteiten door private ondernemingen omvat. Bovendien pleit de organisatie voor een herziening van artikel 9 GDPR over de verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens voor AI-toepassingen, zodat enkel verwerking die direct gevoelige kenmerken onthult, verboden blijft.
Eveneens vraagt ACEA een expliciete verankering van het EU-beginsel van proportionaliteit in artikel 5 GDPR om te voorkomen dat de handhaving onevenredige lasten creëert.
Cybersecurity: harmonisatie van meldingsplichten
Op het gebied van cybersecurity ondersteunt ACEA het idee van één centraal meldingspunt voor incidentrapportage. Tegelijkertijd wijst de vereniging op de huidige fragmentatie tussen NIS 2, GDPR, CRA en DORA, die verschillende termijnen, procedures en bevoegde autoriteiten hanteren.
ACEA pleit voor gestandaardiseerde rapportagesjablonen en uniforme criteria op EU-niveau om dubbele meldingsverplichtingen te vermijden.
Daarnaast vraagt de organisatie om een risicogebaseerde toepassing van NIS 2, waarbij verplichtingen beperkt worden tot systemen die kritieke activiteiten ondersteunen en kleine entiteiten worden vrijgesteld.
Digital Omnibus voor AI
In een afzonderlijk position paper behandelt ACEA het Digital Omnibus-initiatief inzake artificiële intelligentie.
De vereniging verwelkomt het voorstel om de toepassingstermijnen voor hoogrisico-AI-systemen uit te stellen, maar vraagt bijkomende rechtszekerheid over de effectieve inwerkingtreding. Zonder tijdige goedkeuring dreigt volgens ACEA een situatie waarin ondernemingen verplicht worden te voldoen aan bepalingen die wetgevers net willen uitstellen.
ACEA vraagt verder:
- harmonisatie van de definitie van biometrische gegevens in de AI Act met die van de GDPR;
- een risicogebaseerde benadering van emotieherkenningssystemen, in plaats van een automatische classificatie als hoogrisico;
- uitstel van sectorspecifieke AI-regelgeving tot geharmoniseerde normen beschikbaar zijn.
- invoering van een “group-privilege” voor intra-groep AI-gebruik;
- vrijstelling voor open-source AI van bepaalde providerverplichtingen.
- afwijzing van retroactieve transparantieverplichtingen.
Economische context
ACEA onderbouwt haar pleidooi met de macro-economische betekenis van de sector. Volgens de cijfers vertegenwoordigt de Europese automotivesector:
- 13,6 miljoen banen (direct en indirect);
- 8,1% van de EU-industriearbeidsplaatsen;
- € 414,7 miljard aan fiscale inkomsten;
- een handelsoverschot van € 3,9 miljard;
- € 84,6 miljard jaarlijkse investeringen in R&D, goed voor 34% van het Europese totaal.
Conclusie
ACEA ondersteunt de doelstelling van de Europese Commissie om via een Digital Omnibus de digitale regelgeving te vereenvoudigen. Volgens de vereniging zijn echter bijkomende aanpassingen nodig om overlapping, juridische onzekerheid en administratieve lasten effectief te verminderen.
De voorgestelde wijzigingen moeten volgens ACEA bijdragen aan een coherenter regelgevend kader dat innovatie ondersteunt en de concurrentiekracht van de Europese automotivesector versterkt.
