Auto-industrie vraagt om uitstel Brexit-tarieven voor EV's
De Europese federatie van autofabrikanten (ACEA) vraagt om drie jaar uitstel voor de beperkende regels voor de handel in elektrische voertuigen tussen de EU en het VK, die over slechts zes maanden van kracht gaan. Anders zouden de tarieven in totaal 4,3 miljard euro kunnen bedragen, waardoor de productie van elektrische voertuigen met zo'n 480.000 eenheden zou kunnen dalen.
Vanaf 1 januari 2024 moeten alle onderdelen van batterijen en sommige cruciale batterijmaterialen in de EU of het VK worden geproduceerd om in aanmerking te komen voor tariefvrije handel. "Europa heeft op dit moment nog geen veilige en betrouwbare toeleveringsketen voor batterijen die aan deze strengere regels kan voldoen", aldus Sigrid de Vries, directeur-generaal van ACEA. "Daarom vragen we de Europese Commissie om de huidige introductieperiode met drie jaar te verlengen."
Volgens gegevens van ACEA-leden zou het tarief van 10% op elektrische voertuigen bijna 4,3 miljard euro kosten in de driejarige periode tussen 2024 en 2026. Dit zou niet alleen schadelijk zijn voor de auto-industrie in de EU, maar ook voor de Europese economie.
Het VK is de grootste exportmarkt voor de Europese auto-industrie en is goed voor bijna een kwart van de export van elektrische voertuigen. Aangezien de tarieven een negatief effect zouden hebben op de verkoop in deze cruciale markt, zou de industrie mogelijk gedwongen worden om de productie van elektrische voertuigen in de EU met 480.000 eenheden te verlagen, wat overeenkomt met de productie van twee gemiddelde autofabrieken.
De Vries waarschuwt: "Als we nu niets doen, zal dat ons vermogen om concurrerend te blijven op de wereldwijde markt voor elektrische voertuigen belemmeren en leiden tot verlies van marktaandeel - dat uiterst moeilijk terug te winnen zal zijn."
Daarom vraagt ACEA om verlenging van de overgangsperiode om zo op tijd te kunnen voldoen aan de nieuwe regels en te kunnen concurreren op de markt.
