ACEA vraagt realistischer industriebeleid
Autobouwers waarschuwen voor hogere kosten
De Europese autoconstructeursfederatie ACEA reageert kritisch maar genuanceerd op de plannen rond de nieuwe Europese Industrial Accelerator Act (IAA). Volgens de sectororganisatie kan de wetgeving alleen succesvol zijn als ze gepaard gaat met een bredere industriële strategie die de competitiviteit van de Europese industrie versterkt.
ACEA steunt de ambitie van de Europese Unie om strategische afhankelijkheden van derde landen te verminderen en een sterke Europese batterijwaardeketen uit te bouwen. Tegelijk waarschuwt de organisatie dat verschillende onderdelen van het huidige voorstel onvoldoende rekening houden met de realiteit van de automobielindustrie.
Industrie vraagt meer duidelijkheid
Volgens ACEA ontbreken nog cruciale definities en technische verduidelijkingen in het voorstel. Zo is nog onduidelijk hoe “laag-koolstofstaal” en “laag-koolstofaluminium” precies zullen worden gedefinieerd en hoe de Europese oorsprong van componenten zal worden berekend.
Ook de interpretatie van assemblage “binnen de Unie” roept vragen op. Zonder dergelijke verduidelijkingen is het volgens ACEA onmogelijk om correct in te schatten of constructeurs aan de toekomstige vereisten kunnen voldoen.
Daarnaast vreest de organisatie dat de wetgeving zal leiden tot bijkomende administratieve lasten. Constructeurs zouden immers de oorsprong van duizenden componenten uit wereldwijde toeleveringsketens moeten documenteren en rapporteren.
"Europa heeft nood aan competitiviteit, niet aan extra administratieve complexiteit"
ACEA benadrukt dat het Europese industriebeleid enkel kan werken als ook energieprijzen, vergunningsprocedures en investeringsondersteuning worden aangepakt. Zonder die randvoorwaarden dreigt batterijproductie in Europa onvoldoende snel op te schalen om aan de nieuwe lokale inhoudsvereisten te voldoen.
Extra aandacht voor vrachtwagens en bussen
Voor de producenten van vrachtwagens en bussen zijn de bezorgdheden nog groter. Volgens de heavy-dutyconstructeurs houdt het huidige voorstel onvoldoende rekening met de specifieke kenmerken van de sector.
Zo verwijzen zij onder meer naar de langere ontwikkelingscycli van bedrijfsvoertuigen, de complexiteit van meerfasige voertuigproductie en de belangrijke rol van cybersecurity bij voertuigen voor openbare diensten.
Volgens ACEA dreigt ook de timing problematisch te worden. Tegen de geplande inwerkingtreding zouden veel investeringsbeslissingen voor voertuigen die tussen 2028 en 2030 op de markt komen al vastliggen.
De sector wijst daarnaast op de grote onzekerheid rond batterijproductie in Europa. Volgens ACEA is de verwachte Europese productiecapaciteit onvoldoende afgestemd op de toekomstige vraag vanuit de markt voor zware bedrijfsvoertuigen.
Vrees voor hogere voertuigprijzen
ACEA verwacht dat de Industrial Accelerator Act onvermijdelijk zal leiden tot hogere productiekosten voor voertuigen. Daarom vraagt de organisatie bijkomende stimulansen om de extra kosten van lokale productie gedeeltelijk te compenseren.
Voor elektrische personenwagens en bestelwagens stelt ACEA bijvoorbeeld voor om bijkomende voordelen toe te kennen aan modellen die in Europa worden geproduceerd. Voor vrachtwagens en bussen vraagt de sector financiële ondersteuning voor lokale overheden die dergelijke voertuigen aankopen.
Vooral bij elektrische vrachtwagens dreigt de impact volgens de sector aanzienlijk te worden. Volgens voorlopige berekeningen zou een batterijpakket dat in Europa wordt geassembleerd ongeveer 30% duurder kunnen uitvallen dan vandaag.
Sector vraagt pragmatische aanpak
ACEA benadrukt dat de doelstellingen van de Europese Unie rond strategische autonomie en industriële versterking op zich breed worden ondersteund door de sector. Volgens de organisatie moet het uiteindelijke wetgevend kader echter realistischer, flexibeler en beter afgestemd worden op de praktijk van internationale voertuigproductie.
De federatie werkt momenteel aan bijkomende concrete voorstellen en amendementen die later aan de Europese co-wetgevers zullen worden voorgelegd.
