Stellantis hertekent strategie richting 2030
Nieuwe platformen, AI en wereldwijde allianties moeten winstgevendheid herstellen
Tijdens zijn Investor Day 2026 heeft Stellantis een bijzonder ambitieus toekomstplan voorgesteld. Onder de naam “FaSTLAne 2030” wil de autogroep de komende vijf jaar niet alleen opnieuw groeien, maar tegelijk ook zijn winstgevendheid structureel versterken. Centraal staan schaalvergroting, doorgedreven modulariteit, artificiële intelligentie, regionale productie en een verdere rationalisering van het enorme merkenportfolio.
Stellantis voorziet tegen 2030 meer dan 60 nieuwe modellen en 50 belangrijke updates, verspreid over alle merken en aandrijftechnologieën. Daarbij rekent de groep vooral op vier wereldmerken met het grootste volumepotentieel: Jeep, Ram, Peugeot en Fiat. Samen met de divisie voor bedrijfsvoertuigen Pro One zullen zij het gros van de investeringen ontvangen.
STLA One wordt technologische ruggengraat
Een van de belangrijkste aankondigingen tijdens de Investor Day was zonder twijfel STLA One. Dat nieuwe modulaire voertuigplatform moet vanaf 2027 vijf bestaande architecturen vervangen en uitgroeien tot de technologische ruggengraat van de groep.
Het platform is ontworpen voor voertuigen uit de B-, C- en D-segmenten en ondersteunt verschillende aandrijflijnen, gaande van verbrandingsmotoren tot hybrides en full-electric modellen. Tegen 2035 moet STLA One meer dan dertig modellen ondersteunen en goed zijn voor ruim twee miljoen voertuigen per jaar.
Volgens Stellantis moet de nieuwe architectuur de complexiteit aanzienlijk verminderen en tegelijk de kosten met ongeveer 20% helpen verlagen. Tegen 2030 wil de groep bovendien de helft van zijn wereldwijde productie concentreren op slechts drie globale platformen, met tot 70% hergebruik van componenten.
STLA One wordt ook het eerste platform waarop STLA Brain, STLA SmartCockpit en steer-by-wire-technologie samenkomen. Daarmee schuift Stellantis nadrukkelijk op richting softwaregedefinieerde voertuigen.
Artificiële intelligentie centraal
Opvallend tijdens de Investor Day was de prominente rol van artificiële intelligentie in vrijwel alle toekomstige technologieën van de groep. Stellantis benadrukt dat technologie voortaan enkel nog ontwikkeld wordt wanneer ze het dagelijkse gebruik concreet verbetert.
Daarbij rekent de constructeur op een reeks strategische technologiepartners. Zo wordt de samenwerking met Applied Intuition uitgebreid voor de verdere ontwikkeling van STLA Brain en voertuigsoftware. Qualcomm levert op zijn beurt de Snapdragon Digital Chassis-platformen voor cockpit-, connectiviteits- en ADAS-functies.
Daarnaast gaat Stellantis ook verder samenwerken met Wayve rond geavanceerde rijhulpsystemen en geautomatiseerd rijden. Die technologie moet vanaf 2028 in Noord-Amerika leiden tot handsfree “deur-tot-deur”-rijfuncties van niveau 2++.
De groep verwacht dat tegen 2030 minstens 35% van alle geproduceerde voertuigen uitgerust zal zijn met minstens één van die nieuwe technologieplatformen. Tegen 2035 moet dat aandeel stijgen tot meer dan 70%.
Europese productie blijft cruciaal
Ondanks de sterke focus op software en digitalisering blijft productiecapaciteit een cruciale pijler van het nieuwe strategieplan. Stellantis wil zijn industriële voetafdruk grondig optimaliseren, vooral in Europa.
De Europese productiecapaciteit zou tegen 2030 met meer dan 800.000 voertuigen worden verminderd via herbestemmingen van fabrieken en samenwerking met partners. Tegelijk wil de groep de benuttingsgraad van zijn Europese fabrieken optrekken van 60 naar 80%.
Een opvallend onderdeel daarvan is de aangekondigde samenwerking met het Chinese Dongfeng. Stellantis wil samen met Dongfeng een nieuwe Europese joint venture oprichten voor distributie, engineering, aankoop en productie van elektrische voertuigen. Daarbij wordt ook gekeken naar assemblage van Dongfeng-modellen in de fabriek van Rennes, Frankrijk, volledig volgens de toekomstige “Made in Europe”-vereisten.
Financiële doelstellingen opnieuw omhoog
Met FaSTLAne 2030 mikt Stellantis opnieuw op stevige groei. Tegen 2030 wil de groep zijn omzet verhogen van 154 miljard euro naar 190 miljard euro. Daarnaast moet de aangepaste operationele winstmarge stijgen naar 7%.
Ook de financiële diensten krijgen een belangrijkere rol. Stellantis Financial Services beheert vandaag al meer dan 85 miljard euro aan nettoactiva en moet tegen 2030 meer dan 1,5 miljard euro bijdragen aan het operationele resultaat van de groep.
Daarnaast mikt Stellantis tegen 2028 op een jaarlijkse kostenverlaging van 6 miljard euro via zijn Value Creation Program.
Meer regionale autonomie
Opvallend is dat Stellantis de beslissingsmacht steeds verder decentraliseert naar regionale afdelingen. Volgens CEO Antonio Filosa blijft de autosector in essentie een regionale business, waarbij lokale markten en klantverwachtingen sterk verschillen.
Voor Europa betekent dat onder meer een sterker offensief in het C-segment, meer compacte elektrische modellen en verdere differentiatie tussen de merken. Tegelijk blijft Stellantis inzetten op een multi-energieaanpak, waarbij hybrides, plug-inhybrides, verbrandingsmotoren en elektrische aandrijvingen naast elkaar blijven bestaan.
Met FaSTLAne 2030 probeert Stellantis zich daarmee tegelijk technologisch, industrieel én financieel opnieuw scherper te positioneren in een automarkt die sneller verandert dan ooit tevoren.
