Partnercontent Bedrijfswagens

CO2-bijdrage stijgt fors voor recente bedrijfswagens

Vanaf 1 januari 2027 stijgt de CO2-bijdrage voor bedrijfswagens door de jaarlijkse indexering en een hogere vermenigvuldigingsfactor. Voor voertuigen met CO2-uitstoot die vanaf 1 juli 2023 zijn besteld, gehuurd of geleased, stijgt die factor van 4 naar 5,5. Ook de minimumbijdrage neemt toe. De bestel- of contractdatum bepaalt welk regime van toepassing is.

Een maandelijkse werkgeversbijdrage

Een werkgever die een bedrijfswagen ter beschikking stelt van een werknemer voor andere dan uitsluitend beroepsverplaatsingen, is in principe een solidariteitsbijdrage aan de RSZ verschuldigd. Bij een gewone personenwagen valt ook woon-werkverkeer hieronder.

Deze CO2-bijdrage wordt per maand en per voertuig berekend en per kwartaal betaald. Ook wanneer de werknemer zelf financieel bijdraagt aan de bedrijfswagen, blijft de werkgever de bijdrage verschuldigd.

Indexering en hogere vermenigvuldigingsfactor

Voor 2027 wordt de indexeringscoëfficiënt berekend door 193,27 te delen door 114,08. Dat levert afgerond 1,6942 op, ongeveer 4% meer dan in 2026.

Daarnaast stijgt de vermenigvuldigingsfactor voor voertuigen met CO2-uitstoot die onder het regime vanaf 1 juli 2023 vallen. Die bedraagt 4 in 2026 en 5,5 vanaf 1 januari 2027. Voor oudere bestellingen en overeenkomsten blijft de berekening zonder deze factor gelden.

Bij een ongewijzigde CO2-uitstoot stijgt de berekende bijdrage onder het recentere regime daardoor met ongeveer 43%, zolang de minimumbijdrage niet van toepassing is.

Bestel- of contractdatum bepaalt het regime

Bij aankoop telt de datum waarop de werkgever de bestelbon ondertekende. Bij leasing of huur is de datum waarop de overeenkomst werd afgesloten bepalend. De leveringsdatum bepaalt dus niet welk regime geldt.

De basisberekening verschilt volgens de brandstof. De formules in de bijbehorende tabel geven het maandbedrag vóór toepassing van de eventuele factor 5,5. Y staat daarbij voor de toepasselijke CO2-uitstoot in g/km.

Voor een dieselwagen met een toepasselijke uitstoot van 130 g/km bedraagt de berekende bijdrage in 2027 ongeveer 80,47 euro per maand onder het oudere regime. Valt dezelfde wagen onder het regime vanaf 1 juli 2023, dan wordt dat ongeveer 442,60 euro. Dit laatste bedrag is berekend zonder tussentijdse afronding.

Ook elektrische wagens betalen een bijdrage

De berekende geïndexeerde minimumbijdrage voor 2027 bedraagt 35,29 euro per maand voor voertuigen onder het regime van vóór 1 juli 2023. Voor voertuigen onder het regime vanaf die datum wordt dat 48,40 euro.

Ook volledig elektrische bedrijfswagens zijn aan de toepasselijke minimumbijdrage onderworpen. Het minimumbedrag zelf wordt niet met 5,5 vermenigvuldigd.

Hybrides zijn niet automatisch vrijgesteld

Voor hybrides en plug-inhybrides gebeurt de berekening volgens de brandstof en de toepasselijke CO2-uitstoot. Bij voertuigen onder het recentere regime wordt ook de vermenigvuldigingsfactor toegepast.

Ligt het resultaat vervolgens onder de toepasselijke minimumbijdrage, dan is dat minimum verschuldigd. Een lage uitstoot kan er dus toe leiden dat een plug-inhybride op het minimumbedrag uitkomt. Dat betekent geen algemene vrijstelling van de factor voor deze aandrijving.

Welke CO2-uitstoot telt mee?

Heeft het voertuig uitsluitend een NEDC-waarde, dan wordt die gebruikt. Is uitsluitend een WLTP-waarde beschikbaar, dan geldt die waarde. Wanneer zowel een NEDC 2.0-waarde als een WLTP-waarde beschikbaar is, mag de werkgever kiezen welke hij voor de berekening gebruikt.

Wat heb je nodig

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden