Euro 7: Raadsstandpunt teleurstellend voor luchtkwaliteit, aldus AECC
De Association for Emissions Control by Catalyst (AECC AISBL) betreurt het algemene standpunt van de Raad over het wetsvoorstel Euro 7. Het verzwakt niet alleen het voorstel van de Europese Commissie, maar vertraagt ook de implementatie ervan. De AECC roept het Europees Parlement op om een ambitieuzere aanpak te volgen en te streven naar robuuste Euro 7-standaarden voor een verbeterde luchtkwaliteit.

Een belangrijk en overkoepelend doel van Euro 7 is het vaststellen van brandstofneutrale limieten, en het is verbazingwekkend dat zelfs dit voor lichte voertuigen wordt losgelaten door de Raad, waarbij de Euro 6-limieten en testomstandigheden voor uitlaatgasemissies worden behouden, zo stelt de AECC. Voor zware voertuigen houden de Euro VI-testprocedures geen rekening met significante tekortkomingen voor koude starts en lage belasting in stedelijke omgevingen.
De AECC roept het Europees Parlement op om een ambitieuzere aanpak te volgen wat betreft Euro 7, om consistent te zijn met recente ontwikkelingen in andere dossiers, omdat deze de noodzaak voor robuuste Euro 7-standaarden versterken. Het Europees Parlement pleit voor een hogere ambitie op het gebied van toekomstige luchtkwaliteitsnormen, en Euro 7 is een van de belangrijkste instrumenten voor EU-lidstaten, regio's en steden om aan die toekomstige omgevingsluchteisen te voldoen.
Miljoenen voertuigen met interne verbrandingsmotoren zullen in de komende jaren worden verkocht, en deze zouden moeten bijdragen aan verbeteringen in de luchtkwaliteit. Het recente adviesrapport van de TRAN-commissie over de herziening van de CO2-emissienormen voor zware voertuigen geeft verder aan dat interne verbrandingsmotoren op duurzame hernieuwbare brandstoffen op de langere termijn technologische mogelijkheden bieden om de toekomstige klimaatdoelstellingen te bereiken.
De AECC moedigt de medewetgevers aan om te blijven werken aan robuuste Euro 7-standaarden en om deze snel aan te nemen voor de aankomende Europese verkiezingen in juni 2024. Dit is noodzakelijk om een snelle implementatie van de nieuwe Euro 7-wetgeving mogelijk te maken. Zo'n prompte implementatie van een robuuste Euro 7 is noodzakelijk, haalbaar en betaalbaar, en zal Europa competitiever maken, zoals te zien is in het feitenblad van de AECC over Euro 7. De AECC heeft aangetoond dat emissiecontroletechnologieën om te voldoen aan de oorspronkelijk voorgestelde Euro 7-uitlaatgasemissiestandaarden vandaag de dag al beschikbaar zijn.
Standpunt van de Raad van EU
De Raad heeft zijn standpunt (algemene oriëntatie) aangenomen over het verordeningsvoorstel voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, met betrekking tot hun emissies en de duurzaamheid van batterijen, beter bekend als Euro 7. De nieuwe verordening, die voor het eerst auto's, bestelwagens en zware voertuigen in één wetgevingstekst samenbrengt, moet adequatere regels voor voertuigemissies opleveren en de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door het wegvervoer verder terugdringen.
Het standpunt van de Raad zorgt voor een evenwicht tussen strenge eisen inzake voertuigemissies en extra investeringen voor de industrie, op een moment dat Europese autofabrikanten omschakelen naar de productie van emissievrije auto's. De algemene oriëntatie behoudt de bestaande emissiegrenswaarden en testomstandigheden voor lichte bedrijfsvoertuigen. Voor zware bedrijfsvoertuigen zijn deze waarden lager en zijn de testomstandigheden licht aangepast. Euro 7 bevat ook een specifieke bepaling voor stadsbussen die de samenhang met de onlangs voorgestelde nulemissiedoelstelling voor 2030 voor deze voertuigen garandeert.
De Raad stelt een aantal pragmatische wijzigingen in het Commissievoorstel voor, zonder de milieu- en gezondheidsdoelstellingen uit het oog te verliezen. Enkele voorbeelden:
• het standpunt van de Raad handhaaft de bestaande testvoorwaarden en emissiegrenswaarden (zoals vastgelegd in Euro 6) voor voertuigen van de categorieën M1 en N1 (personenauto's en bestelwagens);
• in het geval van M2- en M3-voertuigen (bussen en toerbussen) en N2- en N3-voertuigen (zware bedrijfsvoertuigen) zijn de emissiegrenswaarden lager en zijn de testomstandigheden licht aangepast ten opzichte van Euro 6/VI;
• in de tekst van de Raad worden de grenswaarden voor de emissie van remdeeltjes en voor de slijtage van banden beter afgestemd op de internationale normen van de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa;
• er wordt rekening gehouden met de onlangs voorgestelde nulemissiedoelstelling voor 2030 voor stadsbussen;
• er worden ook duidelijke termijnen bepaald voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen (door de Commissie) om de marktdeelnemers duidelijkheid en rechtszekerheid te bieden.
De op 25 september bereikte algemene oriëntatie vormt het formele onderhandelingsstandpunt van de Raad. Daarmee krijgt het voorzitterschap van de Raad een mandaat voor verdere onderhandelingen met het Europees Parlement zodra dit zijn standpunt heeft bepaald.
