Continental bant steenkool uit bandenproductie
Alle fabrieken draaien nu op alternatieve energiebronnen
Continental heeft een nieuwe mijlpaal bereikt in zijn duurzaamheidsstrategie. Sinds januari 2026 zijn steenkool en zware stookolie volledig verdwenen uit de energievoorziening van alle bandenfabrieken wereldwijd. De onderneming schakelde over op een mix van alternatieve energiebronnen zoals biomassa, biogas, hernieuwbare elektriciteit en brandstoffen zoals vloeibaar petroleumgas en aardgas.
Alternatieve energie voor productieprocessen
Bij de productie van banden gaat een aanzienlijk deel van de energie naar warmteprocessen zoals vulkanisering, waarbij rubber zijn elasticiteit en structurele eigenschappen krijgt. Historisch werd de stoom voor deze processen vaak opgewekt met fossiele brandstoffen. Dankzij technologische vooruitgang kan deze energie vandaag flexibeler en efficiënter worden opgewekt met alternatieve energiebronnen.
"Voor ons behoren kolen en zware stookolie tot het verleden. De toekomst ligt steeds meer bij hernieuwbare energiebronnen", zegt Bernhard Trilken, head of Manufacturing and Logistics bij Continental Tires. "Door een slimme mix van energiebronnen te gebruiken – steeds vaker hernieuwbaar en idealiter lokaal opgewekt – maken we onze productie onafhankelijker en veerkrachtiger."
Grote reductie van CO2-uitstoot
Tot het begin van de jaren 2020 waren nog zeven van de negentien bandenfabrieken van Continental afhankelijk van steenkool of zware stookolie voor hun stoomproductie. Deze energiebronnen boden een stabiele warmtevoorziening, vooral in regio’s met een beperkte gas- of elektriciteitsinfrastructuur.
Door systematische investeringen en technologische modernisering zijn alle fabrieken vandaag overgeschakeld op een divers energiemengsel. Tegelijk koopt Continental sinds 2020 uitsluitend elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en bouwt het zijn eigen energieproductie verder uit.
Die aanpak leverde een duidelijke klimaatwinst op. In 2025 daalde de broeikasgasintensiteit van de productie met meer dan 10% tegenover 2024 en met ongeveer 70% in vergelijking met 2019. Over de voorbije vier jaar verminderde Continental de CO2-uitstoot van zijn bandenproductie met ongeveer 180.000 ton.
Energietransitie per fabriek
De energiemix verschilt van fabriek tot fabriek en hangt af van lokale infrastructuur, beschikbare energiebronnen en regionale energiemarkten. Toch volgt elke vestiging dezelfde strategische lijn: de uitfasering van steenkool en de overstap naar energiebronnen met een lagere CO2-intensiteit.
In de fabriek van Gqeberha in Zuid-Afrika werd de stoomproductie jarenlang met steenkool verzekerd. Vandaag draait de installatie vooral op biomassa, aangevuld met vloeibaar petroleumgas om de resterende energiebehoefte te dekken.
Een gelijkaardige overgang vond plaats in Kalutara in Sri Lanka. Daar werd vorig jaar een tweede biomassaketel in gebruik genomen, waardoor zware stookolie volledig kon worden uitgefaseerd en alle stoom nu met hernieuwbare biomassa wordt geproduceerd.
In Otrokovice in Tsjechië werkte Continental samen met een lokale energieleverancier om de stoomproductie af te stemmen op zijn klimaatdoelstellingen. De energiecentrale schakelde geleidelijk over van steenkool naar biomassa en aardgas. Daardoor wordt de bandenfabriek vandaag grotendeels met biomassa-gestookte stoom gevoed. De aanpassing heeft ook voordelen voor de omgeving, omdat het lokale stadsverwarmingssysteem voortaan gebruikmaakt van een duurzamere energiemix.
Duurzaamheid centraal in strategie
De overschakeling naar alternatieve energiebronnen maakt deel uit van een bredere strategie om de energie-efficiëntie van de productie te verbeteren en het aandeel hernieuwbare energie te vergroten. Volgens Henning Mühlenstedt, head of Future Technologies and Sustainable Infrastructure bij Continental Tires, blijft het bedrijf investeren in elektrificatie en alternatieve warmteopwekking in zijn fabrieken wereldwijd.
Deze inspanningen worden ook extern erkend. De onafhankelijke organisatie CDP kende Continental in 2025 een A-score toe voor zijn transparantie rond klimaatrapportering en zijn maatregelen om CO2-uitstoot te verminderen.
