Management services

Bedrijfswagens in 2026: VAA en RSZ-bijdrage stijgen

Lagere CO2-referenties verhogen voordeel van alle aard

Vanaf 2026 worden bedrijfswagens met een klassieke aandrijflijn opnieuw iets duurder. De oorzaak ligt in een verdere daling van de CO2-referentiewaarden die gebruikt worden voor de berekening van het voordeel van alle aard, gecombineerd met een verstrenging van de solidariteitsbijdrage.

Lagere CO2-referenties verhogen voordeel van alle aard

CO2-referentie daalt verder

De berekening van het voordeel van alle aard (VAA) blijft ongewijzigd, maar de CO2-referentiewaarden dalen opnieuw.

Voor 2026 bedragen die referenties:

  • 58 g/km voor diesel (dit was 59 g/km in 2025);
  • 70 g/km voor benzine, LPG en aardgas (dit was 71 g/km in 2025).

Door deze daling komen voertuigen met een hogere CO2-uitstoot sneller boven de referentie uit, wat leidt tot een hoger belastbaar voordeel.

VAA-berekening blijft identiek

Het VAA wordt nog steeds berekend op basis van: cataloguswaarde × CO2-percentage x 6/7 x leeftijdscoëfficiënt.

VAA berekening 2026

Het basispercentage bedraagt 5,5% en wordt aangepast met 0,1% per gram CO2 boven of onder de referentiewaarde. Er geldt een minimum van 4% en een maximum van 18%.

De leeftijdscoëfficiënt blijft ongewijzigd van toepassing. Naarmate een wagen ouder wordt, daalt de belastbare waarde, waardoor het effect van de lagere CO2-referentie in de praktijk grotendeels wordt gecompenseerd bij bestaande voertuigen.

leeftijdscoëeficiënt

Elektrisch, hybride en plug-inhybride

  • Elektrische bedrijfswagens vallen automatisch onder het minimumpercentage van 4%, waardoor de dalende referenties geen impact hebben op het VAA.
  • Hybride voertuigen worden beoordeeld op basis van de CO2-uitstoot van hun verbrandingsmotor.
  • Voor plug-inhybrides die niet aan de wettelijke voorwaarden voldoen, blijft de correctieregel van kracht waarbij een verhoogde CO2-waarde wordt toegepast.

Beperkte maar structurele stijging

Voor diesel- en benzinewagens vertaalt de lagere referentiewaarde zich in een lichte stijging van het jaarlijkse en maandelijkse VAA. Bij oudere voertuigen wordt dit effect in belangrijke mate afgevlakt door de toepassing van de leeftijdscoëfficiënt.

Daarnaast geldt een wettelijk minimumbedrag voor het voordeel van alle aard. In 2025 bedroeg dat 1.650 euro bruto per jaar. In 2026 bedraagt het minimumbedrag 1.690 euro bruto per jaar.

Voor bedrijfswagens die gebruikt worden voor woon-werkverkeer geldt in 2026 bovendien een fiscale vrijstelling: de eerste 500 euro van het voordeel van alle aard wordt fiscaal vrijgesteld. In 2025 bedroeg die vrijstelling nog 490 euro. De vrijstelling wordt in principe automatisch verrekend via de bedrijfsvoorheffing, maar geldt niet voor werknemers die hun werkelijke beroepskosten bewijzen en dus niet kiezen voor het kostenforfait.

RSZ-solidariteitsbijdrage vanaf 2026

Naast het VAA stijgt ook de solidariteitsbijdrage (CO2-bijdrage) die de werkgever betaalt bij toegestaan privégebruik.

Voor voertuigen met fossiele brandstof die werden besteld vanaf 1 juli 2023, geldt vanaf 1 januari 2026 een vermenigvuldigingsfactor 4 op de berekende bijdrage (voorheen 2,75). Deze factor is niet van toepassing op elektrische voertuigen en niet op de minimumbijdrage.

Wat met alternatieve mobiliteit?

Ook op het vlak van alternatieve mobiliteit worden de bedragen in 2026 licht bijgestuurd. Zo stijgt de maximale belastingvrije fietsvergoeding van 0,36 euro/km naar 0,37 euro/km, met een plafond van 3.700 euro per jaar.

Voor het federale mobiliteitsbudget liggen de geïndexeerde grensbedragen in 2026 op 3.233 euro (minimum) en 17.244 euro (maximum).

Verplichte invoering mobiliteitsbudget ten vroegste vanaf 2027
Er is intussen meer duidelijkheid over de mogelijke timing van de verplichte invoering van het federale mobiliteitsbudget. Hoewel de verplichting oorspronkelijk werd aangekondigd met als startdatum 1 januari 2026, blijkt een onmiddellijke toepassing in de praktijk niet haalbaar door het ontbreken van definitieve wetteksten. Daarom wordt gewerkt met overgangstermijnen, afhankelijk van de grootte van de onderneming.
Gefaseerde invoering
Volgens de meest recente informatie zou de verplichte invoering als volgt worden gespreid:
• ondernemingen met meer dan 50 werknemers: verplichting vanaf 1 januari 2027;
• kmo’s met 15 tot 50 werknemers: verplichting vanaf 1 januari 2028;
• ondernemingen met minder dan 15 werknemers: definitief vrijgesteld.
Die gefaseerde aanpak komt tegemoet aan eerdere kritiek vanuit het bedrijfsleven en geeft vooral kmo’s extra tijd om hun mobiliteitspolicy en interne procedures aan te passen. We benadrukken wel dat de ontwerpteksten nog moeten worden goedgekeurd.
Principe staat vast, uitvoering biedt speelruimte
Het basisprincipe ligt vast: werkgevers zullen het wettelijk federale mobiliteitsbudget moeten aanbieden aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen. Tegelijk blijft er enige beleidsruimte bestaan. Zo zouden werkgevers op basis van objectieve en gemotiveerde criteria bepaalde werknemers kunnen verplichten om te kiezen voor optie 1 (de elektrische bedrijfswagen). Die criteria moeten verband houden met de aard van de functie en/of de legitieme belangen van het bedrijf.
Theorie en praktijk
Hoewel de maatregel in theorie al op 1 januari 2026 zou ingaan, maakt de wetgevende kalender dat onrealistisch. De concrete teksten moeten nog worden afgestemd en opnieuw worden goedgekeurd door de ministerraad. Vervolgens volgen adviezen en meerdere lezingen, vóór het dossier naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers kan gaan. Daardoor lijkt een effectieve invoering vóór 2027 uitgesloten.
Hervorming van de inhoud volgt later
Tot slot blijft ook de aangekondigde hervorming van het mobiliteitsbudget zelf (de modaliteiten en doelstellingen van de drie pijlers) een afzonderlijk traject. Die structurele hervorming staat los van de beslissing over de verplichte aanbieding van het mobiliteitsbudget en zal op een later moment apart worden behandeld.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • checkwekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • checkdigitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • checkuw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • checkmaximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over