Mobiliteitsbudget voortaan verplicht aan te bieden
Eerste fase van federale hervorming vanaf 2027
De ministerraad heeft een voorontwerp van wet goedgekeurd dat uitvoering geeft aan de eerste fase van de hervorming van het mobiliteitsbudget, zoals vastgelegd in het federale regeerakkoord 2025-2029. De kern van die hervorming is duidelijk: het mobiliteitsbudget moet systematisch worden aangeboden aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen.

Concreet zal elke werkgever die een of meer bedrijfswagens ter beschikking stelt van werknemers gedurende meer dan 36 maanden, al dan niet onderbroken, verplicht worden om die werknemers een mobiliteitsbudget voor te stellen.
Rekening houden met lopende wagencontracten
De maatregel houdt rekening met bestaande contractuele realiteiten. Werkgevers zullen het mobiliteitsbudget pas moeten aanbieden bij het aflopen van het huur-, lease- of gebruikscontract van de bedrijfswagen die effectief ter beschikking wordt gesteld. Een onmiddellijke omzetting tijdens een lopend contract is dus niet vereist.
Uitzonderingen voor specifieke werkgevers
De wetgever voorziet een aantal uitzonderingen op de verplichting om een mobiliteitsbudget aan te bieden. Het gaat om:
- werkgevers die een informatie- en raadplegingsprocedure voeren in het kader van een collectief ontslag met sluiting van de onderneming;
- werkgevers die worden beschouwd als een onderneming in moeilijkheden;
- werkgevers die tijdens het kalenderjaar gemiddeld minder dan 15 werknemers tewerkstellen;
- werkgevers die gemiddeld minder dan 50 werknemers tewerkstellen, en dit tot en met 31 december 2027.
Met deze uitzonderingen wil de regering vooral kleinere ondernemingen en bedrijven in een kwetsbare economische context ontzien.
Emissievrij voertuig kan verplicht worden opgelegd
Opvallend is dat het voorontwerp ook expliciet voorziet in de mogelijkheid voor werkgevers om bepaalde werknemers te verplichten om te kiezen voor pijler 1 van het mobiliteitsbudget, met name een emissievrij voertuig.
Die verplichting kan enkel worden opgelegd op basis van objectieve criteria, die verband houden met:
- de aard van de functie, en
- de legitieme belangen van de onderneming.
De gehanteerde criteria mogen niet discriminerend zijn en moeten het proportionaliteitsbeginsel respecteren.
Inwerkingtreding en verdere procedure
De geplande inwerkingtreding van de maatregel is vastgelegd op 1 januari 2027. Het voorontwerp van wet wordt nu voor advies voorgelegd aan de Raad van State, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad, waarmee het formele wetgevende traject van start gaat.