Energie is technologie, geen politieke ideologie
Column – Ferre Beyens, automotive-analist/journalist

Tijdens het jongste World Economic Forum in Davos, Zwitserland, hoorden de daar aanwezige en decennialang door groene oekazes gemystificeerde politici en journalisten hoe ze sinds het Kyotoprotocol in ’97 misleid werden. Ironisch genoeg was het de Canadese premier Mark Carney, ooit een uitgesproken voorstander van het mondiale netto-nul-CO2-streven, die precies tijdens de jaarlijkse WEF-hoogmis poneerde dat een collectief klimaatbeleid – waarin retoriek en realiteit niet ter discussie mogen staan – niet realiseerbaar is. Wist Carney toen al wat het "Intergovernmental Panel on Climate Change", enkele weken later schoorvoetend zou opbiechten?
"Op twijfelachtige klimaatmodellen gebaseerde politiek leidde tot onbetaalbare en gebrekkige stroomvoorziening"
Het interpolitieke klimaatgezelschap bekende immers dat hun becijferde rampscenario’s voortaan als "onwaarschijnlijk" mogen beschouwd worden. Lichtgelovig onthaalde IPCC-modellen orakelden eerst een planetaire uitsterving. Maar die modellen kloppen niet en tot een ultieme reddingsboei voor het klimaat hebben ze niet geleid. Ze vormden wel de basis van een controversieel beleid, gericht op een ridicule CO2-neutraliteit, met energetisch onheil en vreesachtige economische neergang als resultaat.
Beschamend toch wel dat betreffend intergouvernementeel instituut de mensheid met dergelijke catastrofevoorspellende modellen mocht mystificeren. Gênanter is nog dat het IPCC, gesteund door een schare naïef meezeulende academici, die hoogst twijfelachtige modellering jarenlang als hét bewijs van alle op ons afstormende klimaatonheil bleef opvoeren. Waardoor het IPCC – naast het voortdurend wijzen op planetaire uitsterving – technologisch twijfelachtige recepten als voertuigelektrificatie en de decarbonisatie van het elektriciteitsnet via zon en wind als een heilzaam gevoerde politiek kon verkopen.
In tegenstelling tot de eerdere alarmerende scenario’s domineerden die schokkende IPCC-bekentenissen van april ll. niet meteen alle krantenkoppen. Toch niet in de edities van de voortdurend op de golven van het klimaatalarmisme surfende mainstreammedia. Verwonderlijk was die terughoudendheid natuurlijk niet. Want nu verklaarden IPCC-wetenschappers dat de scenario’s in de klimaatrapporten uit 2013/2014 (AR5) en 2021-2023 (AR6), waarin voor 2100 een temperatuurstijging tot 5 °C was becijferd, als implausibel moeten beschouwd worden. Deze IPCC-modellen gingen uit van een verdrievoudigde CO2-toename tegen het eind van deze eeuw. Vermits het IPCC zijn klimaatmodellen graag profileert met CO2 als belangrijkste klimaatparameter, werd zo in 2023 nog gewag gemaakt van een voor eind 2100 alarmerende temperatuurstijging tot 5,7 °C.
Wat het IPCC veel te lang als wetenschappelijk onweerlegbaar verkocht, werd in het laatste rapport eindelijk onaannemelijk genoemd. Hetgeen helaas ook betekent dat die incorrecte modellen in het politieke discours gretig werden misbruikt om CO2-taksen, CO2-zerostreefdoelen of bijvoorbeeld het verbod op verbrandingsmotoren op te dringen. Of hoe de overheid zich vastklampte aan wetenschappelijk te weerleggen data om verboden en heffingen uit te vaardigen, angst te zaaien en politieke interventies te legitimeren.
Klimaatalternantie is geen futiliteit, milieuproblematiek rond lucht-, water- en bodemvervuiling mag zeker niet genegeerd worden. Maar dat betekent geenszins dat het IPCC het recht had om een collectief klimaatbeleid op te dringen waarvan de effectiviteit zelfs door CO2-zerodwepers als Mark Carney (terecht) in vraag wordt gesteld. Het ergste is nog dat politici niet in paniek schijnen te geraken door de onthullende IPCC-bekentenissen. Alsof het klimaat dat enge machtsmiddel moet blijven; zonder bekommernis om klimaat of natuur, wel als instrument voor regelgeving en gedragsbeïnvloeding. Zo ook blijft ons hoogwaardige EU-gezelschap acteren met autocratische arrogantie. Resultaat? De ineenstorting van onze elektrische energievoorziening, banenverlies, om daadkracht schreeuwende nijverheid, naar andere wereldzones migrerende kennis en kapitalen …
Geen utopie maar realiteit is – nu het klimaatdoemsprookje lijkt uitgezongen – dat die halsstarrige klimaatmanie onze welvaart verder opvreet. In Duitsland wordt de ware omvang van een historische zelfmoord onthuld. Van de meer dan 800.000 in de auto-industrie actieve banen resteren er nu nog 700.000. Daarvan dreigen er op relatief korte termijn nog eens 225.000 verloren te gaan. Autoconstructeurs – bij onze oosterburen al vele jaren de ruggengraat van een industriële welvaart – zijn de onbetaalbare ‘groene’ energie spuugzat geworden. Ze nemen het niet langer dat een versmachtende bureaucratie en alsmaar oplopende belastingen elk investeringsinitiatief dwarsbomen.
In Duitsland – en in ons land is dat helaas niet anders – beleven we niet langer een zoveelste gewone economische crisis. We ervaren de definitieve afloop van een industrieel welvarend tijdvak. Met dank aan, door klimaatfratsen veroorzaakte, niet langer te dulden parameters als uit de pan swingende elektriciteitstarieven of een tekort aan stroom. Pijnlijke voortvloeisels van een waanzinnige CO-zeropolitiek die nooit oog had voor technische werkelijkheid. Want energie is geen politieke ideologie, wel technologie. Alleen een door technologische wetenschap gedreven ingenieur, niet een ideologisch fanatieke politicus, snapt meteen dat onze tegenpruttelende stroomvoorziening niet te decarboniseren valt zonder de massale extensie van CO2-neutrale kernenergie.



