eFuels winnen terrein door beperkingen EV-opmars
Studie wijst op structurele knelpunten en groeipotentieel
De Europese transportsector zal nog decennialang afhankelijk blijven van vloeibare brandstoffen. Dit blijkt uit een nieuwe analyse van de eFuel Alliance en Porsche Consulting. Deze analyse stelt ook dat eFuels een cruciale rol kunnen spelen in het behalen van klimaatdoelstellingen, vooral nu de uitrol van elektrische mobiliteit op structurele beperkingen stuit.
Elektrificatie botst op structurele grenzen
Hoewel de elektrificatie van het wagenpark centraal staat in het Europese klimaatbeleid, wijst de studie op aanzienlijke beperkingen in de opschaling van batterij-elektrische voertuigen. Schaarste aan grondstoffen zoals lithium en nikkel vormt op korte termijn een rem op de productiecapaciteit, terwijl de uitbreiding van het elektriciteitsnet op langere termijn een structurele uitdaging blijft.
Volgens de analyse zijn de huidige groeiscenario’s voor elektrische mobiliteit daardoor minder robuust dan vaak wordt aangenomen. Dat vertaalt zich in een blijvende vraag naar vloeibare brandstoffen, zelfs in een verregaand gedecarboniseerd transportsysteem.
Structurele beperkingen versnellen de rol van eFuels in een technologieneutrale energiemix
Blijvende rol voor vloeibare energiedragers
De Europese Commissie verwacht dat tegen 2040 nog steeds 37% van de personenwagens en 62% van de zware vrachtvoertuigen afhankelijk zullen zijn van vloeibare brandstoffen. In luchtvaart en scheepvaart loopt dat aandeel zelfs op tot meer dan 80%.
Zelfs tegen 2050 zouden vloeibare energiedragers goed blijven voor meer dan de helft van de totale energievraag binnen transport. Dat onderstreept het belang van hernieuwbare alternatieven zoals eFuels.
eFuels als complementaire oplossing
eFuels worden geproduceerd uit hernieuwbare elektriciteit, water en afgevangen CO2 en kunnen ingezet worden in bestaande verbrandingsmotoren en infrastructuur. Daardoor vormen ze een directe hefboom om de CO2-uitstoot van het huidige wagenpark te reduceren.
De studie stelt dat eFuels niet alleen relevant zijn voor sectoren waar elektrificatie moeilijk is, zoals luchtvaart en maritiem transport, maar ook voor wegtransport – in het bijzonder voor de bestaande vloot voertuigen.
Opschaling mogelijk tot industriële volumes
Wereldwijd zijn meer dan 500 projecten rond waterstof en eFuels aangekondigd, waarvan ongeveer 300 specifiek gericht zijn op transporttoepassingen. Tegen 2030 zou de productie voor transport alleen al kunnen oplopen tot circa 20 miljard liter.
Indien de volledige industriële capaciteit wordt gerealiseerd, kan de Europese eFuel-markt tegen 2045 groeien tot meer dan 200 miljard liter benzine-equivalent. Daarmee zou het aanbod de verwachte vraag zelfs overstijgen, zonder concurrentie tussen sectoren zoals luchtvaart, scheepvaart en wegtransport.

Productielocatie bepaalt efficiëntie
De efficiëntie van eFuels hangt sterk samen met de locatie van productie. In regio’s met hoge zoninstraling en gunstige windcondities ligt de opbrengst van hernieuwbare energie aanzienlijk hoger, wat de totale ketenefficiëntie verbetert.
De analyse toont aan dat productie in dergelijke regio’s tot drie keer efficiënter kan zijn dan in Noordwest-Europa. Dat verklaart waarom internationale productieketens en importstromen een belangrijke rol zullen spelen in de toekomstige eFuel-economie.
Technologische efficiëntie blijft aandachtspunt
Ondanks hun potentieel blijven eFuels minder energie-efficiënt dan directe elektrificatie. De verschillende stappen – van elektrolyse tot synthese, transport en verbranding – brengen telkens energieverliezen met zich mee.
Toch weegt deze lagere efficiëntie in bepaalde toepassingen minder zwaar dan de voordelen inzake opslag, transporteerbaarheid en compatibiliteit met bestaande systemen.

Financiering als kritische succesfactor
Een van de belangrijkste knelpunten voor de verdere ontwikkeling van eFuels ligt in de financiering. Slechts 6% van de aangekondigde projecten heeft vandaag een definitieve investeringsbeslissing genomen.
Een stabiel en voorspelbaar regelgevend kader wordt als essentieel beschouwd om investeringen los te trekken en de industriële opschaling mogelijk te maken.
Beleidshefbomen voor versnelling
Drie hefbomen zijn cruciaal om de marktontwikkeling te versnellen: het stimuleren van de vraag via quota en regelgeving, het vereenvoudigen van administratieve procedures en het inzetten van fiscale instrumenten.
Daarnaast speelt toegang tot hernieuwbare energie en het gebruik van industriële CO2-bronnen een belangrijke rol in de verdere uitbouw van de sector.
Naar een technologieneutrale energiemix
De studie wijst op het belang van een technologieneutrale benadering van de energietransitie, waarbij elektrificatie, waterstof en eFuels complementair worden ingezet.
In dat kader positioneren eFuels zich als een noodzakelijke aanvulling om de klimaatdoelstellingen haalbaar te maken, rekening houdend met de realiteit van het bestaande wagenpark en de beperkingen van infrastructuur en grondstoffen.