Belgen blijven Europese pendelkampioen
Woon-werkverkeer overschrijdt kaap van één uur per dag
Belgische werknemers zijn gemiddeld 61 minuten per dag onderweg voor hun woon-werkverkeer. Daarmee heeft België van de 16 onderzochte Europese landen de langste gemiddelde pendeltijd. Bovendien wordt voor het eerst de kaap van één uur overschreden én ligt de dagelijkse pendeltijd boven wat werknemers zelf nog aanvaardbaar vinden. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van hr-specialist SD Worx bij 16.000 werknemers, onder wie meer dan 1.000 Belgen.
België bovenaan in Europa
Met gemiddeld 61 minuten woon-werkverkeer per dag staat België duidelijk boven het internationale gemiddelde van 48 minuten. Zweden volgt met 57 minuten, terwijl werknemers in Ierland gemiddeld 56 minuten per dag pendelen. Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich Slovenië en Italië, met respectievelijk 32 en 35 minuten.
Ook wat de afgelegde afstand betreft, behoort België tot de Europese kopgroep. Belgische werknemers leggen gemiddeld 64 km per dag af voor hun woon-werkverkeer. Alleen Nederland komt met 63 km in de buurt.
Veel Belgische toppendelaars
Een belangrijke verklaring voor het Belgische gemiddelde is het relatief grote aantal werknemers met zeer lange woon-werktrajecten. Zo pendelt 13% van de Belgische werknemers twee uur of langer per dag. Dat is het hoogste percentage van alle onderzochte landen en duidelijk meer dan het internationale gemiddelde van 8%.
Servië volgt met 12%, terwijl Roemenië en Ierland elk op 11% uitkomen. In Italië en Slovenië bedraagt het aandeel werknemers dat minstens twee uur per dag pendelt slechts 3%.
Ook lange afstanden zijn in België relatief courant. 14% van de werknemers legt meer dan 120 km af voor het woon-werkverkeer. Alleen Nederland scoort met 15% nog hoger. Zweden volgt met 10%.
Pendeltijd boven tolerantiegrens
De Belgische pendeltijd heeft inmiddels ook de grens overschreden die werknemers zelf nog aanvaardbaar vinden. Gemiddeld leggen Belgische werknemers die limiet op 57 minuten per dag, terwijl ze in werkelijkheid 61 minuten onderweg zijn.
Toch vertaalt die lange pendeltijd zich niet rechtstreeks in een uitgesproken negatieve beoordeling. 34% van de Belgische werknemers vindt dat het woon-werkverkeer hen aanzienlijk werktijd kost. Dat ligt nauwelijks boven het internationale gemiddelde van 32%. Tegelijk geeft 41% aan dit niet zo te ervaren.
Niet automatisch meer vraag naar thuiswerk
De lange Belgische pendeltijd leidt evenmin tot een bovengemiddelde vraag naar thuiswerk. 32% van de Belgische werknemers zou vaker van thuis uit willen werken, minder dan het internationale gemiddelde.
Ook het aandeel werknemers dat niet of niet regelmatig pendelt, is in België met 14% niet uitzonderlijk. In het Verenigd Koninkrijk gaat het om 20%, in Spanje om 19% en in Zweden en Polen telkens om 18%.
Mannen zijn langer onderweg
Achter de gemiddelden gaan duidelijke verschillen tussen werknemersprofielen schuil. Belgische mannen pendelen gemiddeld 65 minuten per dag, tegenover 56 minuten voor vrouwen. Bovendien legt 23% van de mannen dagelijks meer dan 100 km af, tegenover 12% van de vrouwen.
Vrouwen leggen de grens voor een aanvaardbare dagelijkse pendeltijd wel lager: gemiddeld 47 minuten tegenover 67 minuten bij mannen. Ze geven ook vaker aan meer van thuis uit te willen werken: 35% tegenover 28% van de mannen.
Ook de grootte van de werkgever speelt een rol. Werknemers van organisaties met meer dan 1.000 medewerkers pendelen gemiddeld 69 minuten per dag. Bij bedrijven met minder dan 100 werknemers is dat 53 minuten. Voltijdse werknemers en bepaalde functieprofielen, zoals middenmanagers en senior specialisten, hebben eveneens vaker langere woon-werktrajecten.
Alternatieven blijven aandachtspunt
46% van de Belgische werknemers vindt dat er voldoende mogelijkheden zijn om het woon-werktraject af te leggen. Dat ligt onder het internationale gemiddelde van 54%.
Vooral het openbaar vervoer blijft volgens het onderzoek een pijnpunt. Slechts 25% van de vrouwen en 28% van de mannen beschouwt het openbaar vervoer als praktisch, betrouwbaar en gemakkelijk bereikbaar. Het gemiddelde van de onderzochte Europese landen bedraagt 36%.
Volgens Veerle Michiels, mobiliteitsexpert bij SD Worx, is het overschrijden van de kaap van één uur meer dan een symbolische grens. Ze wijst erop dat werknemers verschillende verwachtingen hebben naargelang hun functie, woonplaats en levensfase. Werkgevers kunnen daar volgens haar op inspelen met hybride werken, flexibele uurroosters en een ruimere keuze aan vervoersoplossingen.
Ook het mobiliteitsbudget kan daarin een rol spelen. Dat biedt werknemers, waar mogelijk, de mogelijkheid hun bedrijfswagen of het recht daarop in te ruilen voor duurzamere of beter bij hun situatie passende mobiliteitsoplossingen.